Beschrijving van de innovatie

De beschrijving van de innovatie

Afgelopen jaar is op Obs de Wateringe het Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie model (IGDI) ingevoerd. Aan deze innovatie gaat het werken volgens de 1 zorgroute vooraf.

Om te begrijpen waarom gekozen is voor het IGDI model zal ik eerst kort uitleggen wat de 1 zorgroute inhoudt.

2.1       De 1 zorgroute

Allereerst de invoering van de 1 zorg route. Deze innovatie is vanuit het samenwerkingsverband ingezet. Er ging gewerkt worden volgens het principe van handelingsgericht werken. Handelingsgericht werken houdt in dat er op voorhand interventies plaatsvinden om ontwikkelingsachterstanden te voorkomen in plaats van deze achterstanden met remedial teaching achteraf te proberen weg te werken. De manier waarop naar leerlingen gekeken wordt veranderd. Het doel van de 1 zorgroute is:

Dat leerkrachten in staat zijn om in hun groep het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Zij werken handelingsgericht en planmatig om met verschillen in onderwijsbehoeften tussen leerlingen om te gaan”. (Clijsen, Gijzen, Lange van, & Spaans, 2007).

Een onderwijsbehoefte is een behoefte waaraan voldaan moet worden, zodat een kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. De leerkracht brengt dit voor alle leerlingen in kaart en zet dit in een groepsoverzicht. Vanuit dit groepsoverzicht wordt er een groepsplan gemaakt, waarbij de leerkracht clustergroepjes maakt. Zodat hij/zij hier tijdens de lessen rekening mee houdt en zijn didactische en pedagogische vaardigheden hierop aanpast.

Er zijn groepsbezoeken en groepsbesprekingen tussen de leerkracht en de intern begeleider (ib’er). Hierbij draait het om de groep als geheel. De ib’er staat de leerkracht bij in het goed op orde houden van de gegevens en de ontwikkelingen van de leerlingen. Samen met de ib’er wordt gekeken hoe de leerkracht leerlingen kan helpen en op welk niveau de groep en de leerlingen functioneren.

Echter het maken van een groepsplan zorgde voor veel strubbelingen. Het maken hiervan kostte heel veel tijd, belandde in de kast tot de evaluatie geschreven moest worden en er waren teveel verschillende clustergroepjes binnen de klassen. Om deze problemen te ondervangen en te verbeteren is het IGDI model geïntroduceerd. Het groepsplan is omgezet in een organisatieschema gebaseerd op het IGDI model. Het schema werkt van vakantie tot vakantie. In dit schema staan de doelen voor de komende periode. De leerlingen zijn ingedeeld in drie groepen, een basisgroep (paars), een plusgroep (blauw) en een verlengde instructie groep (groen). Op de achterkant is plek voor de evaluatie. Voor de leerlingen is het organisatieschema gevisualiseerd door middel van een planbord in de klas. Hierop kunnen zij zien in welke groep zij zitten bij welk vakgebied. (Handboek Obs de Wateringe, 2012)

2.2       Directe instructie volgens het IGDI model

Het IDGI model past mooi bij de manier van werken volgens de 1 zorgroute. De 1- zorgroute gaat er vanuit dat leerkrachten het onderwijs afstemmen op de leerlingen. Het IGDI model geeft de gelegenheid tot afstemming binnen het voor afgestelde doel.

Het IGDI model is een model waarbij de leerkracht centraal staat. De nadruk ligt op geleide instructie en ontdekking door de leerkracht. De leerkracht stelt een probleem en de leerlingen zoeken de oplossing. De leerkracht legt verder uit, gaat in discussie, illustreert, demonstreert en stelt vragen terwijl hij/zij door de klas loopt en steeds samenvat. Het is een interactieve directe instructie, waarbij de interactie door de leerkracht gestuurd wordt. De leerkracht voorziet in veel klassikale interactieve instructiemomenten, waarbij hij/zij samen met de leerlingen in discussie gaat en zo de oplossingen weet te ontwikkelen. Tijdens het proces stelt de leerkracht ook veelvuldig voorbereidde vragen aan de hele klas.

Het doel van het IGDI model is dat de basisstrategieën voor het beheersen van een bepaalde leerstof door alleleerlingen worden beheerst. Basisstrategieën zijn vaardigheden die nodig zijn om leerstof onder te knie te krijgen, bijvoorbeeld de strategie om te bepalen wat de persoonsvorm is in een zin, of een strategie om een onbekend woord te achterhalen.

Het bepalen van de leerdoelen is bij directe instructie erg belangrijk.

2.2.1    Convergente differentiatie

 

Een belangrijk onderdeel van het IGDI model is convergente differentiatie. Convergente differentiatie betekent dat er doelgericht gewerkt wordt om alle leerlingen minimum doelen te laten behalen, maar ook om te zorgen dat de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen kleiner wordt. In de praktijk betekent dit dat de school ernaar streeft alle leerlingen te laten profiteren van de groepsinstructie, maar vooral tijdens de verwerking rekening houdt met de verschillen tussen leerlingen. Bijvoorbeeld: goede lezers krijgen dan verrijkingsstof en zwakke lezers krijgen extra instructie die rekening houdt met hun onderwijsbehoeften. Dit betekent voor zwakke leerlingen meer instructietijd, bijvoorbeeld door voor deze leerlingen de instructietijd te verlengen. Bijvoorbeeld tijdens de leesles wordt de instructietijd voor zwakke lezers met minimaal een uur per week verlengd. (Vernooy, 2007).

2.3       Werken volgens het interactieve gedifferentieerde directe instructie model

 

Directe instructie heeft een aantal stappen

De leerkracht bereidt de les van tevoren voor, bedenkt wat het doel van de les is en hoe hij dit overbrengt op de leerlingen

Tijdens de les:

  1. Gezamenlijke start van de les met een terugblik (5 min)
  2. Werkuitleg instructie gevoelige plus-leerlingen (2 min)
  3. Interactieve groepsinstructie
  4. Begeleide inoefenen instructieafhankelijke en instructiegevoelige leerlingen (10 min)
  5. Verlengde instructie instructieafhankelijke leerlingen (10 min)
  6. Zelfstandige verwerking instructie gevoelige plus-leerlingen (20 min)
  7. Instructie, feedback, procesbegeleiding instructie gevoelige plus-leerlingen (5-10 min)
  8. Feedbackronde leerkracht (5 min)
  9. Gezamenlijke afsluiting (5 min)

De leerkracht evalueert de les en formuleert een nieuw doel voor de komende les.  Op deze manier wordt er  continu gewerkt met de doelen als uitgangspunt.

Voor een schematische weergave van het IGDI model, zie bijlage 1.

 

2.4       De geschiedenis van Directe Intructie

 

Directe Instructie is ontwikkeld in de jaren ’60 door Engelmann en Becker. In eerste instantie werden de plattelandslesmethodes gecombineerd met het behaviorisme. In de ogen van een behaviorist is de mens bij de geboorte een blanco blad, dat in de loop van zijn leven gevuld dient te worden. Door onderwijs en opvoeding vindt een soort van ‘opslag’ van kennis plaats, waardoor de mens gevormd wordt.

De leermethode is begonnen als methode voor kinderen met leermoeilijkheden in de Verenigde Staten in het project Follow Through van 1965 tot en met 1995. In de Verenigde Staten is de methode populair geworden door de “No Child Left Behind Act” van ex-president Bush. De lesmethodens moeten empirisch effectief bewezen zijn. Uit onderzoeken gedaan over de afgelopen 40 jaar blijkt dat Directe Instructie een van de meest effectieve leermethodes is.

2.5       Wetenschappelijk bewezen

Het IGDI model is een directe instructie model. Directe instructie houdt in dat de leerstof expliciet aangeboden wordt aan de leerlingen. Het is een empirische en wetenschappelijk bewezen model waarvan de effectiviteit bewezen is (Valcke, 2010). Kozloff et. al. en Chall (in Vernooy 2010-2011) zeggen hierover dat leerkrachtgestuurde directe instructie superieur is aan andere methodieken vooral bij het aanleren van basisvaardigheden op de gebieden lezen, spelling en rekenen. Uit de meta-analyse van Hattie (2009) komt een effectiviteitsscore van d= 0.59 (d= deviatie) naar voren voor directe instructie. Hattie heeft een omslagpunt van d= 0.40. Na dit omslagpunt is er een duidelijke groei in de ontwikkeling van een leerling te zien. Zie onderstaande barometer. Figuur 1

Barometer of influence

Barometer of influence

Figuur 1 Hattie (2009)

Hattie (2009) zegt over directe instructie het volgende “ Direct Instruction has a bad name for the wrong reasons, especially when it is confused with didactic teaching, as the underlying principles of Direct Instruction place it among the most successful outcomes.” (p. 205)

Hieruit blijkt dat deze manier van onderwijzen heel effectief is, mits het op de goede manier onderwezen wordt. Uit de meta-analyse van Coughlin (2011) blijkt dat de effect size groter is namelijk 0.69 voor ‘normaal’ onderwijs en zelfs 0.71 voor speciaal onderwijs.

In de Verenigde Staten wordt Directe Instructie als een van belangrijkste instructiemethodes gezien. Bijlage 2 laat zien hoe Directe Instructie naast andere onderwijsvormen staat en wat deze vorm van onderwijzen met de ontwikkeling van kinderen doet. Hierbij is een duidelijk verschil in ontwikkeling te zien bij het onderwijzen volgens directe instructie ten opzichte van andere methodieken.

Hattie (In Vernooy, 2010-2011) laat tevens zien dat voorkennis ophalen (een belangrijk onderdeel van Directe Instructie) een grote invloed heeft op de leerling resultaten. De effectiviteitsscore hiervan is d= 1.04, het geen zeer hoog is. Feedback is ook een onderdeel van het IGDI model hiervan is de effectiviteitsscore d= 0.73. Hattie (2007) geeft aan dat er verschillende soorten feedback zijn. Niet alle feedback is even effectief. Vooral formatieve evaluatie (d= 0.90) en vragen stellen (d= 0.46) scoren voorbij de effect size van d= 0.40. Formatieve evaluatie houdt in dat de leerkracht data verzamelt om zijn lesprogramma  aan te laten sluiten bij de leerlingen, gedurende het gehele lesprogramma. Hierbij kan de leerkracht tussentijds het lesprogramma aanpassen naar onderwijsbehoeften van de leerlingen. Vragen stellen zorgt ervoor dat de leerlingen over de leesstof nadenken. De feedback moet in één van deze twee categorieën vallen om te zorgen dat deze effect heeft en leerlingen hiervan leren. Alle andere vormen scoren laag op de barometer

 

2.6       De context van de innovatie

 

Het werken volgens het IGDI model is ingevoerd op Obs De Wateringe. Dit is een openbare basisschool met 140 leerlingen in Hellevoetsluis. Veel van deze leerlingen komen binnen vanuit een achterstandssituatie. Leerlingen hebben taalproblemen dan wel problemen in de thuissituatie of beiden.  Om deze leerlingen goed te kunnen onderwijzen wordt er gewerkt volgens het IGDI model.  Vanuit Veenman, Lem, Roelofs en Nijssen (1993) en Vernooy ( 2007) komt naar voren dat het Directe Instructie model goed werkt bij leerlingen met een achterstand. Zo zegt Veenman et. al. (1993) “ deze kinderen die meestal niet beschikken over zelfregulerende studievaardigheden of door een handicap weinig succeservaringen kennen op school, hebben veel behoefte aan actieve instructie en begeleiding door de leerkracht” (p. 85). Ook Fullan en van Beek (2007) zeggen hierover “ werken vanuit morele zingeving betekent dat we met betrekking tot de leerprestaties van kinderen, de lat hoger leggen en de verschillen die er tussen prestaties van leerlingen zijn kleiner maken: bijvoorbeeld door het verbeteren van taalvaardigheden van iedereen, met speciale aandacht voor taalachterstanden” (p.2).

De leerkrachten van Obs de Wateringe hebben te maken met veel verschillende niveaus binnen de groep, waardoor lesgeven lastig is. Alle leerlingen moeten tenslotte het minimum doel behalen. Door de inzet van het IGDI model geven leerkrachten aan beter om te kunnen gaan met de verschillen tussen de leerlingen.

2.7 Het krachtenveld

 

De belangrijkste stakeholders binnen het vernieuwingsproces zijn de directie, de leerkrachten en de leerlingen/ouders. De leerlingen/ouders zullen een kleine rol spelen binnen deze paper. Deze paper beschrijft de invoering van een keuze van de directie die de leerkrachten gaan uitvoeren, maar waarbij de leerkrachten vanaf het begin inbreng hebben gehad. Het is een implementatie die top-down en bottom-up samen brengt.

De rol van ouders is vrij klein. Zij hebben indirect te maken met het IGDI model. Via de leerlingen zullen ouders te maken hebben met het IGDI model, zij voegen in deze paper geen meerwaarde toe. De leerlingen zullen kort besproken worden binnen deze paper. De leerlingen ervaren het IGDI model door middel van het organisatiebord in de klas, waarbij zij kunnen zien in welke niveaugroep zij zitten. Op deze manier leren zij zich bewust worden van hun eigen leerproces. De beleving van de leerlingen zal meegenomen worden in deze paper.

Binnen het implementeren van het IGDI model zal de communicatie tussen de leerkrachten en de directie en de leerkrachten onderling van groot belang zijn. De leerkrachten zijn de uitvoerende krachten. Zij werken met het IGDI model in de dagelijkse praktijk. Het IGDI model moet werken voor de leerkrachten. Het is belangrijk dat zij onderling praten over hoe het werkt in de klas, waar de problemen zitten, oplossingen bedenken voor problemen en elkaar helpen met mogelijke problemen/moeilijkheden. Het communiceren met de directie kan zorgen voor het voorkomen van de problemen, de doorgaande lijn bijstellen of het gehele plan bijstellen. Zodat het werken met het IGDI model en het organisatieschema werkt voor Obs de Wateringe.

Extern is NTO- effect (onderwijsbegeleidingsdienst) betrokken bij de implementatie. Zij begeleiden de school met deze innovatie.

De onderwijsinspectie heeft tevens een rol binnen het krachtenveld. Als school zal je moeten voldoen aan de eisen van de inspectie. Deze eisen zijn de afgelopen jaren veranderd en verhoogd. Zij willen opbrengsten zien. Als school moet je kunnen aan tonen dat je planmatig werkt om de opbrengsten van de leerlingen zo hoog mogelijk te laten zijn gericht op de kernvakken. (Onderwijsinspectie, 2011)

2.8       Beschrijving van de Initiatiefase en Implementatiefase

 

  • Initiatiefase

 

In het schooljaar 2010-2011 werd duidelijk dat werken volgens het groepsplan van de 1- zorgroute niet werkt op Obs de Wateringe. Tegelijkertijd werd er vanuit de inspectie aangestuurd op opbrengstgericht werken. Dit houdt in dat in de scholen planmatig gewerkt moet worden en toets gegevens grondig geanalyseerd moeten worden.( Onderwijsinspectie, 2010) De directie besloot dat het analyseren van de toets gegevens een prioriteit had. Leerkrachten moesten de toetsen goed kunnen analyseren. Door het beter kijken naar de opbrengsten van de leerlingen werd het duidelijk dat het groepsplan niet goed werkte.

De leerkrachten gaven aan zich niet competent te voelen. Zij hadden het idee dat ze niet alle leerlingen de instructie konden bieden die zij nodig hadden. Tevens was het groepsplan niet een praktisch plan. Het belandde in de kast tot de evaluatie geschreven moest worden. Waardoor kostbare tijd verloren ging met het maken van een plan wat niet gebruikt werd.

De directie is in overleg met het FSL 39-06 (samenwerkingsverband) en NTO-effect ( schoolbegeleidingsdienst), maar ook door zelf op onderzoek uit te gaan en contacten met het CPS (onderwijsbegeleidingsdienst), gekomen tot de keuze voor het IGDI model.

  • Implementatiefase

Het IGDI model is in het schooljaar 2011-2012 ingevoerd voor alle groepen. Het IGDI model is geïntroduceerd tijdens een studiedag in april 2011, door de directie en een medewerker van NTO-effect. (NTO-effect: een schoolbegeleidingsdienst) Tijdens deze dag is het werken met het IGDI model uitgelegd met visuele voorbeelden, vervolgens gingen de leerkrachten een les voorbereiden volgens het IGDI model.

Alle vervolg studiedagen stonden ook in het teken van het IGDI model. Hierin werden de ervaringen gedeeld, meer kennis over het werken met IGDI gedeeld, tijd om lessen voor te bereiden en om onderling te bespreken. Begin vorig jaar kwam hier het werken met het organisatieschema bij. Het organisatieschema zorgde ervoor dat leerkrachten nu een groepsplan hebben wat geheel in het teken staat van het werken volgens het IGDI model.

Er zijn in het schooljaar 2011-2012 drie groepsbezoeken geweest door de ib’er en een medewerker van NTO effect (de change-agent), een schoolbegeleidingsdienst gericht op het werken met het IGDI model. Tevens hebben alle leerkrachten een presentatie moeten geven over het werken met het IGDI model in de klas. Tegelijkertijd is het groepsplan veranderd in een organisatieschema, geheel geënt op het IGDI model.  Er zijn het afgelopen jaar voor elke vakantie werkmiddagen geweest, waarbij het organisatieschema en het IGDI model besproken en geëvalueerd werden. Voor de herfstvakantie werkt Obs de Wateringe één jaar op deze manier. Deze innovatie zit dus nog in de implementatiefase.

Tijdspad van de innovatie op Obs de Wateringe

 

schooljaar initiatiefase implementatiefase Institutionaliseringsfase
2010-2011 -Leren analyseren van toets gegevens i.v.m. opbrengstgericht werken-Opbrengsten/ toets analyses omzetten in groepsplan

-kennismaking met het IGDI model

-Werken volgens de 1- zorgroute-Groepsbezoeken door bouwcoördinatoren i.v.m. 1- zorgroute
2011-2012 -uitproberen IGDI model n.a.v. opbrengstgericht werken-keuze gemaakt voor het IGDI model -groepsbezoeken door ib’ers/ bouwcoördinatoren in sept, feb en juni in kader van het IGDI model-introductie organisatieschema i.p.v. groepsplan

-leerkrachtpresentaties over werken volgens het IGDI model in de klas

– aanpassingen aan organisatieschema/ IGDI model.

2012-2013 -werken met het IGDI model en organisatieschema

Tabel 1: tijdspad innovatie Obs de Wateringe

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 reacties op “Beschrijving van de innovatie

  • Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

    Verbinden met %s

    %d bloggers op de volgende wijze: