Het Dilemma

Hier mijn eerste opzet bij het opschrijven van het dilemma nog zonder krachtenveld-analyse. Deze komt binnenkort

 

  1. 1.     Het Dilemma

 

“ Door nieuwe technieken zoals de zogenaamde ‘functionele MRI-scan’(fMRI) komt er steeds meer kennis beschikbaar over de werking van de hersenen. Werden de hersenen eerder beschouwd als een zwarte doos waar informatie ingaat en gedrag uitkomt, het is nu steeds beter zichtbaar (te maken) wat er precies gebeurt in de hoofden van leerlingen als ze leren”. (Visser & Moonen, 2009)

 

Zoals de bovengenoemde quote al laat zien is er in de afgelopen paar jaar steeds meer kennis op gedaan op het gebied van het brein en het functioneren hiervan met betrekking tot het leerproces van kinderen en volwassenen. Deze kennis heeft zich echter nog niet verspreidt in het basisonderwijs.

 

Steeds meer leerlingen stromen in op Obs de Wateringe met weinig vaardigheden en kennis. Hierdoor maken deze leerlingen geen gebruik van hun mogelijkheden. Doordat deze leerlingen veel moeite hebben met concentratie, planning, organisatie etc., ( executieve functies) missen zij veel informatie tijdens de lessen in de klas. Deze leerlingen missen ‘een lerende houding’ wat voor problemen zorgt tijdens het leren in de klas.

 

1.1  Executieve functies

 

“ Executieve functies zijn de vaardigheden die ons helpen om te beslissen op welke activiteiten of taken we onze aandacht richten en welke we kiezen om uit te voeren (Hart & Jacobs in Dawson & Guare,2010).

 

Executieve functies hebben betrekking op onze denkvaardigheden en op onze vaardigheden om ons gedrag te sturen.

Onder de denkvaardigheden vallen:

  • Planning (een plan bedenken om een doel te bereiken of een taak te voltooien, beslissen waar we onze aandacht op moeten focussen)
  • Organisatie (dingen volgens een bepaald systeem ordenen
  • Timemanagement (inschatten hoeveel tijd een doel/taak neemt, deze kunnen indelen en zichzelf houden aan de deadline)
  • Werkgeheugen (de vaardigheid om informatie in het werkgeheugen te houden bij het uitvoeren van een complexe taak. Hierbij gaat het om geleerde vaardigheden, ervaringen of probleemoplossingsstrategieën te gebruiken.)
  • Metacognitie (zelfevaluatie en zelfmonitoring bij een taak, een stapje terug doen om jezelf en de situatie te aanschouwen.

 

Deze vaardigheden zorgen ervoor dat wij een beeld voor ogen hebben bij het te behalen doel, de mogelijkheden en middelen die hiervoor nodig zijn kunnen bedenken en het geoogde doel in beeld kunnen houden.

 

Onder gedragsregulatie vallen:

  • Reactie-inhibitie (na kunnen denken voordat je iets doet)
  • Emotieregulatie ( emoties kunnen reguleren om doelen te behalen of gedrag te sturen en controleren)
  • Volgehouden aandacht ( aandacht bij het doel/taak houden ondanks afleidingen)
  • Taakinitiatie ( gelijk aan een taak kunnen beginnen, efficiënt en op tijd)
  • Flexibiliteit ( plannen kunnen herzien als er problemen ontstaan, aanpassing aan veranderende omstandigheden)
  • Doelgericht doorzettingsvermogen (een doel stellen, realiseren en hierbij niet afgeleid worden door andere zaken)

(voor een uitgebreide omschrijving van executieve vaardigheden zie bijlage 1)

Deze vaardigheden zorgen voor regulatie van ons gedrag. We moeten ons gedrag kunnen sturen en eventueel kunnen aanpassen.

 

1.2  De functie van het onderwijs

 

Als we aan onderwijs denken, denken we vooral aan het leren op cognitief gebied. Het meten van de opbrengsten is erg veel in het nieuws tegenwoordig. Er wordt vaak gekeken naar de eindresultaten van scholen. Het meten van opbrengsten is een groot onderdeel van het hedendaagse onderwijs.

 

Dit is echter niet het enige aspect van het onderwijs. Het onderwijs heeft tevens als taak om leerlingen te socialiseren.  De onderwijsinspectie heeft in januari een herziening uitgebracht  van het toezichtskader op het gebied van de sociale competenties. Dit is indicator 1.5.  De onderwijsinspectie verstaat onder sociale competenties het volgende:

 

“ Onder sociale competenties wordt verstaan: sociaal-emotionele ontwikkeling (welbevinden, zelfbeeld, zelfstandigheid, regulering van emoties, etc), sociale vaardigheden (samenwerken, zelfredzaamheid, omgaan met conflicten, etc) en houdingen/vaardigheden om in uiteenlopende situaties succesvol te functioneren (betrokkenheid, zelfsturing, omgaan met verschillen, democratisch handelen, sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid, moreel kunnen oordelen, etc).” (Onderwijsinspectie, 2013)

 

Zoals de inspectie aangeeft is socialisatie een andere belangrijke taak van het onderwijs.  Als school is het jouw plicht om leerlingen goed af te leveren, die voldoen aan de basisvaardigheden op rekenen en taalgebied, maar ook op sociaal-emotioneel gebied basisvaardigheden beheersen. Volgens Hoogbergen (2010) dragen goed ontwikkelde zelfregulatie en executieve functies bij aan schoolsucces. Op dit moment missen veel leerlingen vaardigheden en houdingen om in verschillende situaties succesvol te kunnen functioneren.

 

Uit onderzoek Hongwanishkul (in Molfes, Molfese, Molfese, Rudasill, Amstrong & Starkey, 2010) blijkt dat jonge leerlingen met een goed werkgeheugen beter functioneren op academisch niveau en intelligentie niveau. Ook op rekengebied blijft uit onderzoek dat leerlingen met een goed werkgeheugen beter wiskundige problemen konden oplossen. (Swanson, Jerman & Zheng in Moldese et. a., 2010)

Inhibitie komt naar voren in onderzoeken als een ander belangrijk onderdeel van de executieve functies. Uit onderzoek komt naar voren dat controle over gedrag en emotie (Inhibitie) een voorspeler is voor vroege reken en leesvaardigheden. (Blair & Razza in Moldese, 2010).

Clark, Pritchard and Woodward (in Monette et. al., 2011) hebben aangetoond dat een goed korte termijn geheugen en een goed werkgeheugen betere voorspellers zijn dan het IQ van een kind van vier jaar op het gebied van wiskundige prestaties als dit kind de leeftijd van zes bereikt.

Uit het onderzoek van Monette et. al. (2011) komt naar voren dat werkgeheugen en inhibitie een goede voorspeller zijn voor lezen/schrijven en wiskundige prestaties van leerlingen. (D 0.51 en D 0.46)

 

1.3  Conclusie

 

“ Several studies have found that high-quality preschool experiences can have long-lasting positive effects on children’s life outcomes”  (Campbell Ramey, Schweinhart et al., in Weiland, Ulvestad, Sachs & Yoshikawa, 2011)

 

Onderzoeken naar executieve functies tonen aan dat er grote effecten zijn op de academische prestaties van leerlingen. Leerlingen waarbij het leren makkelijker gaat, doordat zij over de benodigde vaardigheden beschikken krijgen meer zelfvertrouwen. Het leren gaat makkelijker. Zij kunnen ervaringen en kennis gebruiken bij nieuwe problemen. Deze leerlingen creëren vertrouwen door voorafgaande ervaringen. Zij bouwen zelfvertrouwen op en bouwen de executieve functies uit.

Dit betekent in de toekomst dat er meer leerlingen het maximale halen uit hun educatie, dus hoger opgeleid zijn, minder leerlingen zullen uitvallen (schoolverlaters).

De maatschappij zal hierdoor meer gemotiveerde werknemers hebben, met goede sociale vaardigheden en probleemoplossingsvaardigheden. Gezien de snelheid van de maatschappij en de technologie zal dit nodig zijn om te zorgen voor werknemers die blijven leren.

Literatuur:

Dawson, P. & Guare, R (2010). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Hogrefe Uitgevers: Amsterdam

Hoogbergen, M. (2010|) Zelfsturing als basis voor de ontwikkeling van het kind. Sardes speciale editie nr 9 p.3

Moldese, V.J., Moldese, P.J., Moldese, D.L, Rudasill, K.M., Armstrong, N. & Starkey, G. (2010). Executive functions of 6-8 year olds: Brain and behavioral evidence and implications for school achievement. Comtemporary Educational Psychology 35 p. 116-125

 Monette, S., Bigras. M. & Guay, M (2011). The role of the executive functions in school achievement at the end of grade 1. Journal of Experemental Child Psychology 109 p. 158-17

Onderwijsinspectie  verkregen op 9 maart 2013 van http://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/content/assets/Actueel_publicaties/2013/herziening-aw-beoordeling-sociale-competenties-indicator-1.5_2.pdf

Visser, M. & Moonen, B. (2009). Maak onderwijs breinvriendelijk. CPS verkregen op 16 februari 2013 van http://www.cps.nl/nl/Maak_onderwijs_breinvriendelijk.pdf

Weiland, C., Ulvestad, K., Sachs, J. & Yoshikawa, H (2012). Associations between clasroom quality and children’s vocabulary and executive function skills in an urban prekindergarten program. Early Childhood Research Quarterly 28 p. 199-209

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: